De Vlaamse regering en het VGC-college slagen er amper in om het groeiend lerarentekort in te dijken. In Brussel blijft de situatie dramatisch, ook na de herfstvakantie. PVDA wil een integraal noodplan met aandacht voor startende leerkrachten, netoverschrijdende samenwerking en de herwaardering van het lerarenberoep.

Al voor de coronapandemie was het lerarentekort een groeiend probleem in het Brussels onderwijs. Maar na de derde coronair wordt de situatie in vele scholen onhoudbaar. Leerkrachten die uitvallen, leerlingen die verdeeld worden over andere klassen, leerjaren die naar huis worden gestuurd, collega’s die mentaal instorten op school. "Een groeiende groep leerlingen in Brussel moet het stellen met een onvolledig curriculum en de druk op de werkvloer blijft extreem hoog. Vlaams minister van Onderwijs, Ben Weyts en Brussels collegelid van onderwijs Sven Gatz schoven een resem aan kleine maatregelen naar voor. Maar die schieten te kort.” vindt Jan Busselen, Brussels PVDA-parlementslid. De radicaal linkse partij stelt voor om meer werk te maken van omkadering voor startende leerkrachten, betere arbeidsomstandigheden  en netoverschrijdende samenwerking. 

PVDA pleit voor starterjobs. Vandaag verlaat 35% van de startende leerkrachten binnen de 5 jaar het onderwijs door gebrek aan jobzekerheid en door onvolledige lesopdrachten. PVDA wil starterjobs versterken via het bestaande lerarenplatform, dat gedeeltelijk als vervangingspool dient. In de voorbije jaren was er in het lerarenplatform plaats voor 350 leerkrachten van het secundair onderwijs en 2200 van het basisonderwijs. Maar voor de drie komende schooljaren voorziet de Vlaamse regering maar 1620 plaatsen in het lerarenplatform van het basisonderwijs. “Onbegrijpelijk gezien de situatie. De Vlaamse regering zou net de omgekeerde beweging moeten maken, zodat alle startende leerkrachten met een vereist diploma werkzekerheid krijgen. Weyts moet zich aan zijn eerdere beloftes houden.” vindt Busselen.  Maar ook Sven Gatz (VGC) kan maatregelen nemen. “Nu staan er muurtjes tussen de onderwijsnetten. Elk net heeft zijn eigen lerarenplatform en dan wordt het moeilijk voor startende leerkrachten om uren bij elkaar te sprokkelen. De VGC kan hier een belangrijke coördinerende rol in spelen door een netoverschrijdende tool op poten te zetten in Brussel waarmee leerkrachten sneller aan een voltijdse lesopdracht geraken.”

Daarnaast heb je de aanvangsbegeleiding voor startende leerkrachten die beter kan volgens Busselen. "De beginjaren in het grootstedelijk onderwijs voelen vaak aan als een “praktijkschok”, zeker in het Brussels onderwijs. Wij stellen voor om het eerste jaar een lesopdracht van 80 procent aan te bieden zonder loonverlies, dus betaald voor een voltijdse lesopdracht. Dan krijgen beginnende leerkrachten voldoende tijd om hun lessen voor te bereiden, te evalueren en te verbeteren met de hulp van een ervaren leerkracht." Voor die aanvangsbegeleiding wil minister Weyts 10 miljoen euro uittrekken. Dat bedrag komt overeen met 200 fulltime equivalenten. Veel te weinig volgens PVDA. “Jaarlijks zitten we met bijna 7000 startende leerkrachten, waarvan een groot deel in scholen in stedelijke context, waar het echt een uitdaging is om les te geven. De middelen voor aanvangsbegeleiding moeten omhoog. Die 100 miljoen euro besparing die de Vlaamse regering doorvoerde had hier een deel van het probleem kunnen opvangen."

Een derde punt zijn de loon- en arbeidsvoorwaarden. "Minister Weyts beweert dat hij nooit een leraar ontmoette die 50 euro meer maandloon vroeg. Maar tegelijkertijd wijst hij graag op het toegenomen aantal zij-instromers die ongeveer 300 euro per maand méér verdienen omdat ze acht jaren loonanciënniteit uit hun vroegere loopbaan mogen meenemen. Zij-instromers kunnen een deel van de oplossing zijn en men zou deze maatregel zelfs tijdelijk kunnen uitbreiden naar meer knelpuntvakken. Maar dit toont dat loon wel degelijk een rol kan spelen." merkt Busselen op. Vorig schooljaar kozen er welgeteld 11 afgestudeerde masters wiskunde voor het onderwijs. Leerkrachten kunnen voor sommige vakken  vandaag met hun diploma buiten het onderwijs veel méér verdienen. Koen Pelleriaux, topman van het GO!, citeerde de Amerikaanse president Biden, om aan te geven hoe je méér masters in het onderwijs aantrekt en behoudt: “Pay them more”. 

Traditioneel had het onderwijs belangrijke troeven: veel vakantiedagen en een aantrekkelijk pensioen. Net die pensioenvoorwaarden zijn de jongste jaren erg verslechterd, o.a. door de afschaffing van de diplomabonificatie. Het wordt langer werken voor minder pensioen, volgens PVDA. De werkdruk nam toe waardoor de gemiddelde leerkracht nu 42 uren per week presteert, vakanties inbegrepen. In Brussel heb je ook een grote groep kwetsbare leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben. "Leerkrachten in Brussel offeren daar vaak een deel van hun vrije tijd voor op. Verbeter dus de werkvoorwaarden door kleinere klasgroepen in heel het basisonderwijs te garanderen. Daarmee vermindert de administratieve planlast en kan  er meer aandacht besteed worden aan lesgeven. Dat dit een ambitieuze herfinanciering van het onderwijs betekent, dat staat buiten kijf."

 

Was dit de kroniek van een aangekondigde crisis?

Volgens Busselen wel. “Dit had men kunnen zien aankomen. Maar politiek keek men liever de andere kant uit met de gekende gevolgen. Verschillende studies wezen al in 2005 op de demografische groei en de nood aan meer scholen en meer leerkrachten in het Brusselse. Een tweede factor die men kon voorzien was het aantal leerkrachten dat op pensioen gaat. Dat er nu nog een besparing van 100 miljoen euro bij komt op onderwijs is eigenlijk onaanvaardbaar. Die middelen waren broodnodig om tegemoet te komen aan deze schoolcrisis."  

Vraag en aanbod kunnen veel beter in overeenstemming gebracht worden door planning. Men weet jaren vooraf hoeveel gepensioneerde leerkrachten moeten vervangen worden, hoe groot de leerlingen instroom zal zijn. Door een meer sturende rol van de overheid uit, zouden het niet zover zijn gekomen. Er zijn vandaag lerarentekorten, maar ook nog veel werkloze leerkrachten en onvrijwillige deeltijdse leerkrachten. Zorg voor een planbureau dat netoverschrijdend te werk gaat om leerkrachten de kans te geven tot voltijdse lesopdrachten te komen.