Mobiliteitschaos in Sint-Gillis: tegenstrijdige verklaringen tonen gebrek aan overleg en anticipatie van werken
Het PVDA-parlementslid in het Brussels Parlement, Jan Busselen, hekelt scherp het gebrek aan overleg en de gebrekkige communicatie van de directie van de MIVB en de minister van Mobiliteit rond de vele gelijktijdige werven van het openbaar vervoer in Sint-Gillis. Het linkse parlementslid vraagt een versterking van het alternatieve vervoersaanbod, een betere luisterbereidheid naar gebruikers en meer communicatie vanuit de MIVB en de Brusselse regering.
De situatie op het terrein is duidelijk: verschillende tramlijnen (51, 81, 97 en nu ook de lijnen 4 en 10) zijn opgeschort, buslijnen worden omgeleid en bewoners worden geconfronteerd met een ongeziene mobiliteitschaos. Voor veel gebruikers – werknemers, gezinnen, ouderen en personen met beperkte mobiliteit – wordt zich verplaatsen een echt hindernissenparcours.
Wat de situatie nog zorgwekkender maakt, zijn de tegenstrijdige verklaringen die circuleren. Volgens minister Elke Van den Brandt (Groen) zou de communicatie met de gemeente correct zijn verlopen. Toch stelt de schepen van Mobiliteit van Sint-Gillis, Catherine Morenville, het tegenovergestelde en geeft ze aan dat de gemeente niet op de hoogte werd gebracht van belangrijke beslissingen, zoals de opschorting van tram 4 en 10.
“Wanneer politieke verantwoordelijken uit dezelfde familie elkaar publiek tegenspreken, toont dat aan dat er een ernstig probleem is”, verklaart Jan Busselen. “Het bevestigt vooral wat bewoners al weken aanklagen: een schrijnend gebrek aan overleg en het niet meenemen van hun noden. Hoe moeten ouderen zich nog verplaatsen zonder vervoer in de buurt, of wanneer ze plots drie keer moeten overstappen in plaats van één keer?”
Naast de tegenstrijdige politieke verklaringen is er ook de verantwoordelijkheid van de directie van de MIVB. Waarom werd er niet veel vroeger gecommuniceerd over de opschorting van de trams en waarom werden de werken niet beter op elkaar afgestemd om te vermijden dat alle trams tegelijk verdwijnen? Volgens de PVDA weigert de vervoersmaatschappij het gesprek aan te gaan met bewoners en verenigingen. “Nochtans bestaan er concrete voorstellen. Acteurs zoals het GUTIB stellen voor om werken te bundelen om opeenvolgende onderbrekingen te vermijden, en om te onderzoeken of tram 4 gedeeltelijk kan blijven rijden tussen Hallepoort en het Zuidstation via aangepaste signalisatie. Die pistes moeten ernstig besproken worden.”
Het voorbeeld van bus 96 toont bovendien dat burgerparticipatie wél een verschil kan maken. “De druk van bewoners heeft de autoriteiten verplicht om het traject aan te passen zodat eindelijk ook de helling van de Théodore Verhaegenstraat wordt bediend. Proficiat aan de bewoners die hun stem hebben laten horen. Maar het is betreurenswaardig dat onze instellingen dit niet zelf hebben voorzien”, benadrukt Busselen.
Het parlementslid uit ook kritiek op de informatiecampagne, die hij onvoldoende vindt. “Mails sturen naar scholen en folders verspreiden terwijl de werken al voor de deur staan, dat is geen ernstige communicatie. Bewoners hebben recht op duidelijke, transparante en vooral tijdige informatie.”
Tot slot zal de impact van de werken langdurig zijn: ze zullen meer dan een jaar duren en een groot deel van Sint-Gillis en Vorst treffen. “Dit dreigt wijken af te snijden van het stadscentrum, met belangrijke gevolgen voor mobiliteit, lokale handel en levenskwaliteit. En vandaag al klagen gebruikers over een gebrek aan alternatieven.”
De PVDA roept de Brusselse overheid en de MIVB op om van aanpak te veranderen:
- organiseer echte inspraak met bewoners, verenigingen en gemeenten;
- start informatiecampagnes ruim op voorhand, duidelijk en transparant;
- onderzoek alternatieve scenario’s om de impact van de werken te beperken;
- en versterk het vervoersaanbod, onder meer met extra bussen.
“Mobiliteit raakt het dagelijkse leven van duizenden Brusselaars”, besluit Jan Busselen. “Zij verdienen beter dan chaos, onduidelijkheid en beslissingen die zonder hen worden genomen.”