Herhaalde schietpartijen: "De situatie is onhoudbaar, we hebben middelen nodig. We vragen niet het onmogelijke, we willen hier normaal kunnen leven"
"We willen onze gemeenten terug. Niet laten bepalen door dealers wat de wet is. En daarvoor moeten er middelen komen." Dat is de boodschap van Françoise De Smedt, fractieleidster van de PTB-PVDA in het Brussels Parlement en inwoonster van Sint-Gillis, na de reeks schietpartijen in Brussel. "Er ontbreken 83 speurders bij de gerechtelijke politie, we hebben te weinig mensen op het terrein. De federale regering moet eindelijk middelen vrijmaken om de drugshandel te bestrijden. En de Brusselse gewestregering moet stoppen met het schrappen van miljoenen in preventie."
“Ik woon in een wijk van Sint-Gillis waar enorm veel problemen zijn die verband houden met drugshandel. En we zijn het allemaal beu. We zijn het beu dat onze wijken onder vuur liggen. We zijn het beu dat er met oorlogswapens op onze huizen wordt geschoten.” Françoise De Smedt, fractieleidster van de PTB-PVDA in Brussel, reageert scherp op de herhaalde schietpartijen. "Wat we willen is onze mooie gemeente terugkrijgen, opnieuw zonder angst kunnen rondlopen op straat, tijd doorbrengen met onze buren, we willen rustig naar buiten kunnen, zonder het risico te lopen dat je in een vuurgevecht terechtkomt."
De volksvertegenwoordiger vervolgt: "Volgens de procureur des Konings ontbreken er 83 speurders bij de gerechtelijke politie. Zonder hen is het onmogelijk om de kopstukken op te rollen en het kwaad bij de wortel aan te pakken. En daarnaast is er te weinig personeel op het terrein. Er moet een constante politieaanwezigheid zijn, dicht bij de mensen, anders zijn ze meteen weer terug... Maar voor minister Quintin (MR) "doet de Arizona-regering zijn job". Nee, ze doet zijn job niet. Ze doen aan aankondigingspolitiek, eenmalige acties, en ze lossen niets op. Ook de sociale organisaties op het terrein hebben enkele weken geleden al aan de alarmbel getrokken toen bleek dat de Brusselse gewestregering meerdere miljoenen schrapt in preventie. Dat alles maakt de zaken alleen maar erger."
Françoise De Smedt wijst ook naar de moeilijke situatie van de gemeenten: "Ze moeten lokale maatregelen nemen om het terrein niet over te laten aan de bendes. Maar die maatregelen zijn onvoldoende. De gemeenten leggen ook zelf geld bij om de onderfinanciering op te vangen: de federale dotaties volgen de inflatie niet, dus elk jaar geven de gemeenten meer en meer uit om aan de noden van de zones te voldoen. Bernard Quintin prijst ook de fusie van de politiezones aan, die trouwens nog meer dreigt te kosten aan de gemeenten, maar waarvan de doeltreffendheid in twijfel wordt getrokken door zowat alle burgemeesters en zelfs door bepaalde politievakbonden zelf. Dat zal de veiligheid ook niet ten goede komen."
En ze besluit: "Er moeten middelen worden vrijgemaakt om de controles in de haven van Antwerpen te versterken, om het personeelsbestand van de gerechtelijke politie te verhogen, om meer onderzoeken te kunnen voeren, om het witwassen van geld door drugshandelaars te bestrijden, om te investeren in een politie dicht bij de mensen, om de sociale terreinorganisaties opnieuw te ondersteunen en om de groeiende armoede in ons gewest aan te pakken, die uiteindelijk de voedingsbodem vormt voor dealers. De Brusselaars hebben het recht om veilig te leven, naar hun werk te gaan, hun kinderen naar school te brengen. We vragen niet het onmogelijke, we willen gewoon een normaal leven."