Algemene beleidsverklaring: regering Dilliès bespaart op de openbare diensten en laat Brusselaars in de steek tegenover de hoge huurprijzen
De Brusselse regering heeft vandaag haar algemene beleidsverklaring voorgesteld. Volgens de PVDA klopt de regering zichzelf op de borst met cijfers die ze niet verduidelijkt. De enige besparingen die concreet worden toegelicht, treffen de administraties en dus de dienstverlening aan de bevolking. En tegenover de wooncrisis onderneemt ze niets tegen de stijgende huurprijzen.
“De regering pakt ermee uit dat ze het tekort heeft gehalveerd, maar zegt niet hoe ze dat wil bereiken. Twee derde van de inspanning werden niet verklaard. Ik vrees dat er een zwaar besparingsbeleid volgt maar dat doelbewust vaag wordt gehouden.”, reageert Françoise De Smedt, fractieleider van de PVDA in het Brussels Parlement.
De besparingen die de regering voorlopig wel concreet toelicht, treffen vooral de openbare diensten: 74 miljoen euro minder voor personeel, 39 miljoen euro minder voor de werking en nog eens 7 miljoen euro minder voor Leefmilieu Brussel.
“Achter die cijfers schuilen minder diensten voor de Brusselaars. Minder personeel betekent minder afvalophalingen, minder dienstverlening bij de MIVB en minder toegankelijke loketten bij verschillende administraties. Dit beleid verhoogt de druk nog verder op het personeel dat nu al op hun tandvlees zitten. De minister-president bedankte aan het einde van zijn toespraak de brandweerlieden, de vuilnisophalers en de chauffeurs van de MIVB, maar tegelijkertijd bespaart hij wel op de middelen voor diezelfde werknemers”, hekelt Françoise De Smedt. “En dan zijn er nog de verborgen aankondigingen die niet in het parlement werden toegelicht: de invoering van een wegenvignet en een hervorming van de autofiscaliteit, waardoor de kosten om zich met de auto te verplaatsen voor heel wat gezinnen zullen stijgen.”
Ondertussen blijft de wooncrisis Brussel hard treffen. De regering kondigt enkel een “herziening van het huurrooster” aan, gekoppeld aan een “vrijwillig systeem van overeenkomsten”. Er komt dus nog altijd geen bindende huurprijsregulering. Evenmin wordt een bijdrage van de grote projectontwikkelaars gevraagd voor de bouw van betaalbare woningen. Integendeel: de hervorming van het BWRO en het GBP moet “de termijnen verkorten” en “de procedures vereenvoudigen” om van stedenbouw “een hefboom voor investeringen” te maken.
“Een vrijwillige huurprijsregulering is geen bindende huurprijsregulering zoals in Parijs. Bovendien rolt de regering de rode loper uit voor de grote projectontwikkelaars, zodat zij nog sneller woningen kunnen bouwen die Brusselaars zich niet kunnen veroorloven. Wat Brussel nodig heeft, is een bindende huurprijsregulering en een verplichting voor projectontwikkelaars om echt betaalbare woningen te bouwen”, vervolgt Françoise De Smedt.
Tot slot kunnen ook andere pistes worden overwogen, in plaats van de factuur telkens bij de gezinnen te leggen. “Waarom zouden we geen hervorming van de onroerende voorheffing overwegen en die progressief maken, zodat kleine eigenaars minder betalen en grote vastgoedeigenaars met 10 of 20 woningen meer bijdragen?”, besluit Françoise De Smedt.