Corona: Brusselse regering lapt het democratisch debat weer aan haar laars

De Brusselse regering heeft haar versie van de "pandemiewet", die haar de bevoegdheid zal geven om coronamaatregelen op te leggen zonder democratische controle van de volksvertegenwoordigers, door het parlement gejaagd. De PVDA veroordeelt de voortzetting van de al twee jaar durende ondemocratische, ondoeltreffende en repressieve aanpak om de pandemie te bestrijden. Een terugblik op onze kritiek.

Grondrechten zonder debat ingeperkt

Sinds de federale regering op 11 maart 2022 het einde van de noodtoestand heeft afgekondigd, is de pandemiewet opgeschort. Sommige van de maatregelen die werden genomen om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, zoals het verplicht dragen van mondmaskers in het openbaar vervoer, zijn dus niet langer bij federale wet geregeld. De verantwoordelijkheid voor het al dan niet verlengen van deze maatregelen ligt nu bij de gewesten. Vlaanderen en Wallonië beschikken reeds over wetteksten waarmee ze dergelijke maatregelen kunnen nemen, maar in Brussel was dat nog niet het geval.

De Brusselse minister van gezondheid Alain Maron (Ecolo) beriep zich op dit rechtsvacuüm om te rechtvaardigen dat met spoed moest worden gestemd over een tekst waardoor de Brusselse regering maatregelen zou kunnen nemen ter bestrijding van het virus zonder stemming daarover in het Parlement. Deze tekst gaat overigens over meer dan het dragen van mondmaskers, aangezien hij de deur openzet om maatregelen op te leggen die bepaalde grondrechten rechtstreeks zouden beperken: de regering zou kunnen beslissen over de voorwaarden voor de toegang tot bepaalde plaatsen, met name in de horeca, of kunnen overwegen de bewegingsvrijheid te beperken, eventueel door middel van een avondklok.

De verschillende regeringen van het land pakken al twee jaar de coronacrisis aan zonder de democratische controle van de volksvertegenwoordigers, die niets te zeggen hebben over de regels die aan de burgers worden opgelegd. De PVDA heeft altijd geweigerd de regeringen van het land een blanco cheque te geven, en de praktijk heeft uitgewezen dat dit een goede inschatting was. De grove inbreuken op onze fundamentele vrijheden, waarvan ons werd gezegd dat ze tijdelijk waren, worden geleidelijk aan de aangewezen strategie die de regeringen gebruiken bij hun pogingen om de epidemie in te dammen.

De federale pandemiewet bevestigde deze tendens door de federale regering alle vrijheid te geven om te beslissen over eventuele lockdowns, het inperken of opschorten van grondrechten zoals het recht op betoging, het wijzigen van de arbeidsvoorwaarden zonder enig sociaal overleg, het sluiten van sectoren, over het beperken van privébijeenkomsten... De tekst van de Brusselse regering hanteert dezelfde logica: de regering in staat stellen de grondrechten van de mensen in te perken zonder parlementaire controle.

Boetes om gebrek aan vertrouwen te compenseren

Een ander groot probleem met de aanpak van de Brusselse meerderheid (PS-Ecolo-Défi-Open Vld-Vooruit-Groen) schuilt in de allerlaatste regels van de tekst. Er wordt gespecificeerd: "iedere persoon die de opgelegde maatregelen niet naleeft, [is] strafbaar met een geldboete van 50 tot 500 euro". Terwijl het wantrouwen tegenover de politieke aanpak van de pandemie bij een aanzienlijk deel van de bevolking groot blijft, blijft de Brusselse regering volharden in haar wil om deze maatregelen door middel van repressie op te leggen.

Maatregelen tegen het virus zijn uiteraard noodzakelijk, maar we moeten de mensen van die noodzaak overtuigen en niet alles van bovenaf opleggen door mensen te intimideren. Dit was ook een van de belangrijkste conclusies van de covidcommissie, en tientallen deskundigen hebben dit de afgelopen twee jaar herhaald. We kunnen vaststellen dat de landen waar de maatregelen het gemakkelijkst worden aanvaard, de landen zijn die een sterke vertrouwensband met hun burgers onderhouden (Spanje, Portugal, Denemarken, enz.). Eén Brusselaar op vier heeft geen huisarts, en volgens BX1 loopt 34,9% van de Brusselse bevolking risico op armoede of sociale uitsluiting. De facturen van huishoudens rijzen overal de pan uit: het is ongelofelijk dat de Brusselse regering prioriteit geeft aan het kunnen uitschrijven van boetes.

De door de Brusselse regering bepleite aanpak is uiteindelijk ondoeltreffend. In een klein land als België heeft het geen zin om verschillende gezondheidsregels te hebben naargelang men zich in Brussel, Vlaanderen of Wallonië bevindt. Het virus houdt niet op bij gewestelijke of taalgrenzen, die duizenden mensen elke dag overschrijden om te gaan werken. Dit was een van de meest voor de hand liggende conclusies van de covidcommissies in het hele land: om een epidemie als het coronavirus effectief te bestrijden en om snel te kunnen reageren, is eenheid van commando nodig. Niet drie verschillende soorten regionaal beleid en één federaal beleid, waarbij kostbare tijd wordt verspild om het met elkaar eens te worden.

Een andere aanpak is mogelijk

Zelfs na twee jaar pandemie is er nog tijd om het draaiboek voor crisisbeheer te veranderen. Volgens de PVDA moet de Belgische gezondheidsstrategie in de eerste plaats werken met één enkel commandocentrum. Dit centrum moet op transparante wijze besluiten nemen en daarover verantwoording afleggen aan het publiek, onder meer in de parlementen. Met name in tijden van crisis mag het democratisch debat niet op een laag pitje worden gezet. Want we lopen het risico dat onze grondrechten niet ongeschonden blijven, en het vertrouwen van het publiek in het gezondheidsbeleid zal hier alleen maar onder lijden.

In de strijd tegen het virus moet in Brussel voorrang worden gegeven aan een betere toegang tot de zorg. In ons gewest is dit nog altijd een luxe. Om dit te bereiken moeten de regeringen de eerstelijnszorg versterken en het gezondheidsbeleid meer op preventie en bewustmaking richten. Ten slotte zal het risico om door een nieuwe coronagolf te worden overspoeld niet volledig worden teruggedrongen zonder een doeltreffende strategie te ontwikkelen om contacten op te sporen en te volgen.