Op 29 januari 2021 verwierp het Brussels parlement een resolutie van PVDA over Israël. De resolutie wil een einde maken aan de Brusselse economische missies naar Israël en het handelskantoor in Tel Aviv te sluiten zolang Israël het internationaal recht met voeten treedt. PS,One Brussels, Ecolo,Groen en CDH onthielden zich. MR, NVA en Défi stemden tegen.
One Brussels en Groen rechtvaardigden hun onthouding met het argument dat zij de discussie willen verruimen met bredere criteria en naar alle economische missies in het buitenland. PVDA betreurt deze gemiste kans om een signaal te sturen naar Israël en bekritiseert het feit dat de Brusselse regering zo Israël als handelspartner blijft beschouwen. Maar de argumentatie achter de onthouding van de meerderheid bevat ook meerdere valkuilen...

PVDA heeft altijd het Palestijnse volk altijd gesteund

In 1985 gingen de PVDA-artsen Dirk Van Duppen en Lieve Seuntjens een jaar lang werken in de Palestijnse vluchtelingenkampen in Libanon. Sindsdien organiseert de PVDA jaarlijks reizen naar bezet Palestina. Hiermee sensibiliseert ze haar leden en biedt ze ook concrete hulp. Al jaar en dag organiseert PVDA ook talrijke betogingen en internationale solidariteitsacties in België.
Op 1 augustus 2014 hield PVDA een wake op het Martelarenplein in Brussel. Achthonderd mensen namen deel, uit solidariteit met de slachtoffers van de aanhoudende militaire agressie tegen Gaza. Een ander voorbeeld is de verbroedering van de Molenbeekse artsenpraktijk van Geneeskunde Voor Het Volk met een medisch centrum in Gaza. Op haar jaarlijkse festival "Manifiesta" nodigde de PVDA Fadwa Barghouti uit, de echtgenote van de Palestijnse leider Marouane Barghouti die sinds 2002 gevangen zit in een Israëlische gevangenis. Ook op het programma stonden de Israëlische professor Ilan Pappé, auteur van het boek "The Ethnic Cleansing of Palestine", en de jonge Palestijnse activiste Ahed Tamimi, naast andere verdedigers van de Palestijnse zaak, zoals de Noorse arts Mads Gilbert en de Amerikaanse hoogleraar Internationaal Recht Richard Falk.

In 2014 zetelen de eerste PVDA-verkozenen het Brussels parlement betreden. In december van dat jaar vernemen ze dat er een economische missie naar Israël is gepland. Blijkbaar was dat een gangbare praktijk in de voormalige regering (PS, Cdh, Ecolo, Open Vld, CD&V en Groen) die al drie economische missies naar Tel Aviv hadden laten doorgaan, samen met een aantal andere uitwisselingsevenementen tussen Israël en Brussel. Aanvankelijk verwerpt de nieuwe meerderheid (PS, sp.a, Défi, Cdh, Open VLD en CD&V) het verzoek van PVDA om de geplande missie te annuleren. Meteen reageert PVDA met een petitie die in een paar weken meer dan 11 000 handtekeningen verzamelt. De regering ziet zich verplicht de economische missie af te gelasten.

In 2019 had de nieuwe coalitie (PS, sp.a, Ecolo, Groen, Défi en Open VLD) echter opnieuw een economische missie naar Israël gepland. PVDA reageert en in een nieuwe resolutie roept de partij op tot annulering van de missie van 2019 en van alle toekomstige missies zolang Israël zich niet aan het internationaal recht houdt. Ook vraagt de resolutie de sluiting van het handelskantoor in Tel Aviv. Opnieuw bijt de regering in het zand en zegt haar officiële deelname aan de missie van december 2019 af. De resolutie wordt echter niet besproken in het parlement zodat er geen concrete toezegging is op middellange termijn. Pas begin 2021 wordt de resolutie besproken en… verworpen.

De Palestijnse zaak krijgt in principe al tientallen jaren steun van linkse partijen. Meerdere keren hebben ook PS, Sp.a, Groen en Ecolo zich uitgesproken voor Palestine. De reden hiervoor is dat de Palestijnse kwestie een zeer specifiek geval van onderdrukking is van een heel volk. Een emblematisch dossier binnen de imperialistische strategie van het Westen. Van alle landen ter wereld maakt alleen Israël zich tegelijk schuldig aan actieve kolonisatie en de systematische schending van de resoluties van de Verenigde Naties en van het Internationale Recht. Daarnaast voeren de opeenvolgende regeringen een beleid van apartheid. Dit gebeurt allemaal met de medeplichtigheid van de westerse landen.


Israël, een apartheidsregime

Tussen de Middellandse Zee en de Jordaan is er één macht: die van de Israëlische regering en het Israëlisch leger. Voor het volk daarentegen zijn er twee regimes, gebaseerd op etniciteit en religie. 5 miljoen Palestijnen leven onder het uitzonderingsregime van het Israëlisch leger en hebben niet dezelfde rechten als de kolonisten, zelfs niet over de infrastructuur die zij mogen gebruiken. Alles wordt in het werk gesteld om de uitbreiding van de nederzettingen te bevorderen ten koste van het Palestijnse volk.
Zelfs binnen de officiële grenzen van Israël zijn de rechten niet dezelfde. Die apartheid werd officieel en legaal toen de Israëlische regering in 2018 een wet met grondwettelijk statuut aannam. Die definieerde Israël als de "Natiestaat van het Joodse volk". De Palestijnen, die daar al eeuwenlang wonen, worden officieel tweederangsburgers. Dee directeur van de grootste Israëlische mensenrechtenorganisatie B'Tselem beschreef dit als volgt: "De systematische bevordering van de suprematie van één groep mensen over een andere is volslagen immoreel en moet ophouden. Wij noemen dat apartheid."


Het Israëlisch beleid werd al herhaaldelijk veroordeeld door de Verenigde Naties

  • Resolutie 194 van 11 december 1948, die naar aanleiding van het gedwongen vertrek van honderdduizenden Palestijnen werd goedgekeurd door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, bepaalt dat "de vluchtelingen die naar hun woningen willen terugkeren en met hun buren in vrede willen leven, zulks op de eerstvolgende uitvoerbare datum moet worden toegestaan".
  • In juni 1967 breekt een nieuwe oorlog uit. Israël maakt hiervan gebruik om de rest van historisch Palestina te bezetten. Voortaan heet dat de "bezette gebieden". Op 22 november 1967 keurt de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties Resolutie 242 goed, een bevestiging van onder meer de noodzaak van de "terugtrekking van de Israëlische strijdkrachten uit de bezette gebieden"; daarnaast moet er "een rechtvaardige regeling getroffen worden voor het vluchtelingenprobleem". Beide zijn voorwaarden voor een rechtvaardige vrede in het Midden-Oosten.
  • De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties stelt vast dat de kolonisatie alsmaar toeneemt en keurt op 1 maart 1980 Resolutie 465 goed met een oproep aan "alle staten om Israël geen bijstand te verlenen die specifiek zou worden aangewend voor de nederzettingen in de bezette gebieden".
  • Resolutie ES-10/13 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties van 21 oktober 2003 veroordeelt de bouw van de muur in "bezet Palestijns gebied".
  • Ook het Internationaal Gerechtshof oordeelt in zijn advies van 9 juli 2004 dat "de bouw van de muur door Israël, de bezettende mogendheid, in de bezette Palestijnse gebieden, met inbegrip van Oost-Jeruzalem en omgeving, en het daarmee samenhangende regime, in strijd zijn met het recht".
  • Resolutie 2334 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties van 23 december 2016 herbevestigt eerdere resoluties en roept Israël op om "onmiddellijk en volledig een einde te maken aan alle nederzettingsactiviteiten in de bezette Palestijnse gebieden, met inbegrip van Oost-Jeruzalem", activiteiten die in de woorden van de resolutie "een flagrante schending van het internationaal recht" zijn.

Israël heeft elk van deze resoluties aan zijn laars gelapt en het advies van het Internationaal Gerechtshof naast zich neergelegd. Dit is echt uniek in de wereld. De Oslo-akkoorden van 1993 moesten leiden tot de geleidelijke autonomie van de Bezette Gebieden. Maar in plaats daarvan zijn de Israëlische nederzettingen blijven aangroeien. Het beleid van "welwillendheid en dialoog" met Israël is dus op niets uitgelopen. Meer nog: het Israëlisch parlement heeft op 6 februari 2017 een wet goedgekeurd die de illegale nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever legaliseert.

De PVDA steunt de BDS-beweging.

Dit gebrek aan bereidheid bij de westerse landen om hun Israëlische bondgenoot ertoe aan te zetten het internationaal recht te eerbiedigen, is niet zonder gevolgen gebleven. 171 Palestijnse verenigingen lanceerden in 2005 de BDS-campagne (Boycot, Desinvesteringen en Sancties), een vreedzame beweging die druk wil uitoefenen op de apartheidspolitiek van Israël. Met hetzelfde recept werd in Zuid-Afrika het apartheidsregime ten val gebracht. Nelson Mandela zei toen: "Wij zullen nooit vrij zijn zolang het Palestijnse volk niet vrij is."
Het Palestijnse middenveld roept met deze BDS-campagne op tot een boycot van Israël en vraagt dat wij druk uitoefenen op onze regeringen om hun Israëlische bondgenoot sancties op te leggen. Israël zou zijn beleid van kolonisatie en apartheid niet kunnen voortzetten zonder de steun van zijn westerse bondgenoten, waarvan het economisch en politiek afhankelijk is.

Mensenrechten zijn geen instrumenten voor oorlogspropaganda

Een officiële stopzetting van de economische missies naar Israël zou een belangrijke overwinning voor Palestina zijn geweest. Het valt te betreuren dat PS, One.Brussels, Groen en Ecolo de resolutie niet hebben gesteund. Op deze manier komt hun stemgedrag niet overeen met hun verklaringen buiten het parlement.
Volgens hen moet er eerst gediscussieerd worden over de bredere criteria die gelden voor alle economische missies in het buitenland. Ze verwijzen naar andere landen waar de mensenrechten problematisch zouden zijn. En terecht, maar een vage vergelijking tussen landen houdt een aantal valkuilen in.

Ten eerste: rechts en de voorstanders van de Israëlische kolonisatie mengen steeds de situatie in Israël met die in andere landen. Het Palestijnse volk heeft altijd al de nadruk gelegd op het feit dat Israël een uniek geval is. Een apartheidsregime vereist specifieke maatregelen. Tegelijkertijd is Israel een bondgenoot van het Westen en vormt het de hoeksteen van de imperialistische expansie in Azië. Het is ook een staat die alle duidelijke en objectieve rode lijnen van het internationaal recht overschrijdt: militaire bezetting van vreemd grondgebied, apartheid en schendingen van de VN-resoluties. Door de resolutie van de PVDA over het stopzetten van de economische missies naar Israël te verdrinken in een mogelijk breder debat over mensenrechtencriteria in andere landen, versterken PS, One.Brussels, Groen en Ecolo het rechts idee dat de situatie in Israël “niet erger is dan elders". Ook missen zij de kans om een eenvoudige en concrete maatregel te nemen die specifiek tegen Israël is gericht en steunt op de principes van de internationale BDS-campagne.

Anderzijds bestaat het gevaar dat er nog maar eens flexibel wordt omgesprongen met de mensenrechten als instrument voor deelname aan agressieoorlogen tegen andere landen.Washington, Londen en Parijs destabiliseerden en vielen zelfs andere soevereine staten binnen "in naam van de mensenrechten". Een recent voorbeeld is de oorlog in Libië die in 2011 werd uitgelokt door de NAVO (inclusief België) en die werd goedgekeurd door alle traditionele partijen (inclusief Sp.a en Groen). Sindsdien is het land dat een van de meest ontwikkelde staten was in Afrika, totaal verwoest. Het wordt geteisterd door extremistische milities die de bevolking terroriseren en zich bezondigen aan slavenhandel. Een ander voorbeeld is de extreem-rechtse staatsgreep in Bolivia in 2019, die de goedkeuring kreeg van de Europese Unie.
Zulke inmenging komt regelmatig voor. De EU, de Verenigde Staten of de NAVO zijn geen neutrale spelers op het internationale toneel, verre van. Hun economische en militaire overheersing is oppermachtig. Zij vormen de grootste bedreiging voor vrede en stabiliteit in de wereld. Als mogelijke "scheidsrechter" komen de Verenigde Naties het best in aanmerking, hoe imperfect die organisatie ook is. Ze heeft op de verdienste van een zeker evenwicht te vertegenwoordigen tussen de verschillende spelers op het wereldtoneel.

In internationale aangelegenheden verdedigt de PVDA het beginsel van niet-inmenging.

Toen de PVDA zich verzette tegen de oorlogen in Irak kreeg ze zowat alle critici over zich heen met het verwijt dat ze een dictatuur steunde. Gezien het risico van nog meer oorlogen en een versterking van de posities van de imperialistische landen, waarvan vele landen in Afrika, Oost-Europa, Azië en Latijns-Amerika het slachtoffer zijn, houdt de PVDA vast aan het principe van niet-inmenging. Het is overigens een fundamenteel beginsel van het internationaal recht. Daarom is PVDA over het algemeen gekant tegen het opleggen van embargo’s aan andere landen, zoals de VS doet met Cuba of Iran.

In een systemische analyse van de mondiale machtsverhoudingen is Israël echter een specifiek geval. Die staat vormt de hoeksteen van de overheersingsstrategie van het Westerse blok. Dat Israël zich die opeenstapeling van schendingen van het internationale recht kan veroorloven, komt net doordat het beleid van dat land integraal deel uitmaakt van de imperialistische strategie. Daarom krijgt Israël een voorkeursbehandeling en wordt het land plots niet onderworpen aan de dwangmaatregelen die het Westen oplegt aan andere landen. Het is binnen dat kader dat PVDA dan ook de boycot tegen Israel steunt. Omdat het een van de weinige drukkingsmiddelen is waarover het progressieve middenveld beschikt om de krachtsverhoudingen te veranderen en tot vreedzame oplossingen te komen.

Doe je mee?