Meer dan 600 dagen na de verkiezingen van 9 juni 2024 is er eindelijk een akkoord om een nieuwe Brusselse regering te vormen. De PVDA neemt akte van het einde van deze eindeloze politieke impasse, maar waarschuwt tegelijk voor de koers die nu wordt aangekondigd: tegen 2029 wil men het begrotingstekort met één miljard euro verminderen. Als grootste oppositiepartij in het Brussels Gewest zal de PVDA waakzaam en strijdbaar blijven, om te voorkomen dat de rekening opnieuw wordt doorgeschoven naar de werkende mensen, de gezinnen en het middenveld.
“Na meer dan 600 dagen zonder regering volstonden drie dagen conclaaf om een akkoord te sluiten. Maar een regering op zich is geen doel. Alles hangt af van het project dat ze uitvoert”, zegt Jan Busselen, volksvertegenwoordiger voor de PVDA in het Brussels parlement. “We volgen de maatregelen van deze nieuwe regering, waarin de Arizona-partijen sterk vertegenwoordigd zijn – met MR, Les Engagés, Vooruit en CD&V –, dan ook op de voet. Want zij willen het begrotingstekort tegen 2029 met één miljard euro verminderen. Dat is gigantisch.”
“Een miljard euro snoeien, dat betekent mogelijk minder investeringen in betaalbare woningen, minder middelen voor de werking van de MIVB, minder openbare diensten en minder steun voor het Brusselse middenveld”, vervolgt Jan Busselen. “De Brusselaars betalen vandaag al de prijs van de besparingen van 2025. Ze mogen niet nóg eens opdraaien voor het feit dat Brussel al jaren structureel ondergefinancierd is.”
Volgens de PVDA dreigt de vermindering van het begrotingstekort bovendien ook te gebeuren via hogere tarieven of nieuwe belastingen. “Wat we voorlopig horen, is vooral een ‘goednieuwsshow’ — de boom die het bos verbergt — zoals een hogere ‘be home’-premie of een lagere personenbelasting. Maar waar zal dat geld vandaan komen? En wat zal ervoor moeten wijken?”, vraagt Jan Busselen zich af.
“Als grootste oppositiepartij in Brussel staan wij aan de kant van de werkende mensen, de gezinnen en het middenveld. Wij verdedigen een totaal ander project voor deze stad”, besluit Jan Busselen. “Met een betere financiering van de gemeenten, echte toegang tot betaalbare huisvesting, een moderne en efficiënte MIVB en een sterk middenveld. Er bestaan ambitieuze en geloofwaardige alternatieven om de inkomsten te verhogen zonder de Brusselse werkende mensen en hun gezinnen te treffen. Wij geven niet op.”